zondag 12 juli 2015

De lof der lelijkheid


Bron: Eindhovens Dagblad
 
Zelf had ik het nog niet gezien, maar in de krant wees een briefschrijver op een vreemde oproep, met grote letters aangebracht op een Eindhovense parkeergarage. Embrace the ugly, had iemand daar geschreven. Omarm de lelijkheid. 

Ik kauwde op de woorden, maar proefde niet meteen iets. Het leek zo’n ongerijmde hartenkreet. Waarom zouden we het lelijke omarmen? Als er omarmd moest worden, schoten me allerlei onderwerpen en personen te binnen, maar niets lelijks en geen lelijkerd. Onaantrekkelijkheid trekt niet aan maar stoot af; dat koester je niet, maar mijd je.
 
Nu ik dat zo opschrijf, vind ik het toch ook weer sneu voor de lelijkheid. Wat kan die eraan doen dat ze onooglijk is? Lelijkheid heeft niet om zichzelf gevraagd, maar zit er wel mooi mee opgescheept. Het is al erg genoeg als iemand of iets er niet uitziet – daar past niet ook nog eens de straf van hoon en afschuw bij. Ja, we mogen wel eens wat aardiger zijn tegen de lelijkheid.
 
Onaanzienlijkheid hoort bij het hele palet van verschijningsvormen, dat varieert van helaas tot oh-la-la, van minnetjes tot super en van flets tot schitterend. Al die facetten zorgen voor een verscheidenheid die nooit verveelt; ze helpen bovendien het mooie van het minder-mooie te onderscheiden en het alledaagse van het bijzondere. In die zin is er niets mis met een lelijke vaas, stoel, woning of medemens, want dankzij hun beseffen we de schoonheid van de Art Nouveau, de Taj Mahal en de Venus van Milo. 

Je kunt je zelfs afvragen of pure lelijkheid wel bestaat. Kijk langer dan twee seconden naar een insect, een voorwerp of een gezicht en er lichten tal van interessante aspecten in op die het de moeite waard maken, ook al betreft het geen prijswinnaar of topmodel. Zo ken ik, geloof ik, geen weerzinwekkende boom. Of gieter. Wel heel erge theekopjes, maar die vallen onder de kitsch, en kitsch is te ontroerend of komisch om pure afschuw op te roepen. 

Wat ├ęcht onaantrekkelijk maakt is volgens mij onverschilligheid: een object dat de desinteresse van zijn ontwerper etaleert, een persoon die nergens warm voor loopt, een liefdeloos, vreugdeloos, gedachteloos gebouw. Al dat voze loze is fataler voor het nationale geluk dan de zogeheten lelijkheid.  

Maar daarmee is het lelijke nog niet meteen mooi geworden. Dus die warme omarming, die wil nog niet helemaal.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen